5 oktober 2026

Formatiedebat: 'We hebben politieke relatietherapie nodig...'

Maandagavond 5 oktober debatteerde de gemeenteraad over het advies van informateurs Frederik Zevenbergen en Jan Nathan Rozendaal. De informateurs adviseren de raad om te werken aan herstel van de onderlinge politieke verhoudingen. Verder adviseren zij om een brede middencoalitie te vormen, bestaande uit VVD, CDA, PRO, D66, ChristenUnie en PAB.

Lees of bekijk hieronder de speech van SGP-fractievoorzitter Ardjan Boersma tijdens het debat (gesproken tekst geldt).

Gerrit Holdijk

Voorzitter, ik kwam bij de voorbereiding op dit debat een uitspraak tegen van Gerrit Holdijk. Holdijk was tientallen jaren Eerste Kamerlid voor de SGP en een karakteristiek figuur. Hij rookte pijp, droeg van die Engelse tweedjasjes en zat liever op zijn trekker dan in de Kamerbankjes. Politieke spelletjes, daar deed Holdijk niet aan. Tijdens het kabinet-Rutte I was zijn ene zetel vaak precies nodig voor een meerderheid. Hij ging er broodnuchter mee om.

Holdijk zei eens in een interview: ‘‘Je kunt het in de politiek niet gauw voor iedereen goed doen, dat weet je en dat lot heb je te dragen. Dát is ook een zeer wezenlijke notie van tolerantie: het verdragen en verduren van kritiek, ook al tracht je iedereen zoveel mogelijk recht te doen en te respecteren.’’

Herkenbaar! In de politiek kun je het inderdaad niet gauw goed doen. Zeker niet in zo’n versplinterde gemeenteraad als de onze. Zeker niet in de politieke storm waar we in beland zijn. En zeker niet als je, zoals voor onze fractie geldt, precies het getalsmatige verschil kunt maken voor een coalitie. Dan krijg je onherroepelijk kritiek te verduren. Ik zie het dan ook maar als onze belangrijkste opdracht als SGP-fractie om, zoals Holdijk dat zei, ‘‘iedereen zoveel mogelijk recht te doen en te respecteren’’.

Openhartige gesprekken

Voorzitter, ik wil allereerst graag de informateurs hartelijk bedanken. Wij kijken terug op ontspannen en openhartige gesprekken. We zijn flink aan de tand gevoeld - en dat gold volgens mij voor meer fracties.  

Ik wil nu eerst uitleggen wat de inzet van de SGP-fractie tijdens de informatiegesprekken was. Vervolgens zeg ik iets over het advies van de informateurs over coalitievorming. Tot slot ga ik in op hun advies over de raadsbrede samenwerkingsagenda.

1. Inzet van de SGP

Voorzitter, in het formatiedebat voor de zomer pleitte ik voor een nieuwe start.Er was tijd en rust nodig om de boel weer een beetje op de rails te krijgen. Als SGP hebben we dan ook heel wat kopjes koffie gedronken met andere fracties, en dat was goed.  

Er is tijdens de zomer helaas ook nogal wat gebeurd waardoor het informatieproces in onze ogen nog veel moeilijker werd. Cruciaal was het initiatiefvoorstel van D66 en PRO om de koopzondag maximaal te verruimen. Dit kwam voor alle andere partijen als een totale verrassing. Het heeft de verhoudingen echt op scherp gezet. Door het initiatiefvoorstel werd de bewegingsruimte voor de SGP echt minimaal. Wij voelden ons klemgezet.

De informateurs hadden een breed mandaat, maar gingen in principe op zoek naar een stabiele meerderheidscoalitie. Door alle onderlinge blokkades bleven er maar weinig varianten over. En aan alles wat er overbleef, kleefden een hoop nadelen en risico’s.

De SGP zag eigenlijk maar drie routes.

  • Over rechts met de PVV, VVD en de christelijke partijen.
  • Door het midden met de VVD, PRO, D66, CDA, SGP en ChristenUnie.
  • Een alternatieve route, zoals een zakencollege.

Voor ons waren een aantal dingen belangrijk. We vonden dat de PVV niet op voorhand uitgesloten kon worden. Wij vonden een coalitie met een minimale meerderheid van 12 zetels echter een te groot risico, mede gelet op de recente slechte ervaringen daarmee. Daarom viel een coalitie PVV, VVD en SGP voor ons af. Daarbij kwam dat wij graag samen met de ChristenUnie en het CDA wilden optrekken. Wij hebben hierover met z’n drieën intensief gesproken en zijn ook doorgezaagd door de informateurs. Uiteindelijk viel de route over rechts af.

Daarmee kwam de brede middencoalitie in beeld. Vanuit verantwoordelijkheidsbesef wilden wij niet op voorhand ‘nee’ zeggen tegen gesprekken hierover. Wel wisten we dat een middencoalitie voor de SGP heel ingewikkeld zou worden. Daarom hadden we een aantal randvoorwaarden waarbinnen wij bereid waren om te gaan praten. De belangrijkste randvoorwaarde ging over de koopzondag.

2. Coalitievorming

Daarmee kom ik op het advies van de informateurs over de beoogde coalitie. De koopzondag is uiteindelijk de oorzaak geweest dat de SGP ingewisseld werd voor het PAB. Op zaterdag 19 september hebben de informateurs ons met VVD, PRO, D66, CDA en de ChristenUnie bij elkaar gezet om te kijken of er voldoende onderling vertrouwen was.

Ik vond dat een zwaar gesprek. Ik heb aangegeven dat de SGP grote aarzelingen had met betrekking tot het onderlinge vertrouwen en onze eigen geloofwaardigheid om aan deze coalitie deel te nemen. Deelname kon alleen als er een status quo afgesproken zou worden met betrekking tot de koopzondag. Nadat wij hierover nogmaals in de fractie hebben gesproken, heb ik dit standpunt in het tweede gesprek op 24 september bekrachtigd. 

Anderen noemen de SGP consistent en betrouwbaar. Het hoeft dan ook geen verrassing te zijn dat dit dan óók geldt voor onze opvattingen over de koopzondag. Dit is wie wij zijn. Bestuurlijke verantwoordelijkheid weegt ons zwaar. Maar op een gegeven moment is een grens bereikt. Een compromis of vrije kwestie zou ongeloofwaardig en onuitlegbaar zijn. Zéker in het licht van het initiatiefvoorstel van D66 en PRO.

De andere vijf partijen kozen er uiteindelijk voor om de SGP los te laten en verder te gaan met het PAB. Een keuze die zij zelf moeten verantwoorden en uitleggen, maar die wij om allerlei redenen pijnlijk en droevig vinden.

De klus die de beoogde coalitie wacht, is groot. De middencoalitie heet breed, maar rust op de smalst mogelijke meerderheid. De informateurs adviseren de beoogde coalitiepartijen om elkaar ruimte te geven om van mening te verschillen. Ik ben oprecht benieuwd hoe dat vorm krijgt, want daar zal het succes van de samenwerking volgens mij vanaf afhangen.

Mocht de zes partijen er tijdens de onderhandelingen alsnog niet uitkomen, dan is wat de SGP betreft een zakencollege nog de enige optie. Tegen de achtergrond van de onderlinge spanningen in de raad zou dat ook nog niet eens heel verkeerd zijn.

3. Raadsbrede samenwerkingsagenda

Dat brengt mij op de raadsbrede samenwerking. De belangrijkste constatering van de informateurs is: het is noodzakelijk om de onderlinge verhoudingen binnen de gemeenteraad te herstellen. Niet één bepaalde fractie, of één bepaald raadslid, maar iedere fractie en ieder raadslid draagt daarvoor verantwoordelijkheid.

U kent de SGP als warm voorstander van relatietherapie. In dit geval kunnen we wel een beetje politieke relatietherapie gebruiken…

Zonder gekheid: ik ben het heel erg eens met de informateurs. Als we er niet in slagen om de verhoudingen te verbeteren, dan verlammen we onszelf voor de rest van deze raadsperiode. En nee, we hoeven echt geen vriendjes van elkaar te worden. Maar is het echt te veel gevraagd om af te spreken dat we gewoon eens een beetje normaal doen met z’n allen?

De informateurs adviseren om tegelijk met de collegevorming een raadsbrede samenwerkingsagenda op te stellen. Een verstandig advies, maar het wordt geen makkelijk traject. Laten we er inderdaad maar op korte termijn aan beginnen.

Als concrete eerste stap zou ik zeggen: laat het fractievoorzittersoverleg een procesvoorstel maken om te komen tot zo’n samenwerkingsagenda. Ik zal dit agenderen voor het eerstvolgende fractievoorzittersoverleg.

Of het ons gaat lukken om zo’n samenwerkingsagenda te maken en wat daar dan precies in staat: dat zal de toekomst leren. Maar misschien kan die uitspraak van Gerrit Holdijk er wel een klein plekje krijgen: ‘Verdraag en verduur kritiek, ook al tracht je iedereen zoveel mogelijk recht te doen en te respecteren.’